Beethoven inside The Hearing Machine

Posted by on jun 28, 2018 in | No Comments

Tel nr. Event: 016/460175

  • Beethoven
    7 oktober 2018
    14:00 - 16:00

Tot op het einde van zijn leven bleef Beethoven verknocht aan zijn Broadwoodpiano, ook al nam zijn doofheid toe. De Weense pianobouwer André Stein maakte daarom (met de hulp van een plaatselijke blikslager) een gigantische Gehörmaschine. “Je hoort toch beter als je je hoofd in de machine stopt, niet?” vroeg hij aan de componist.

Met een team van spe­cialisten ging Tom Beghin op zoek naar het antwoord. Hij reconstrueerde de machine, analyseerde Beethovens multi-sensoriële gehoorbeleving en keek naar de partituren. Conclusie: Beethovens fysieke beperking kan een verklaring bieden voor de late pianomuziek. Een spitsvondig experiment dat dankzij Beghins expressieve pianospel ook een geslaagd concert oplevert.

Programma:

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

De laatste drie pianosonates

Sonate in E groot, opus 109 (1820, gepubliceerd in 1821)

Vivace ma non troppo – Adagio espressivo – Prestissimo –   Andante molto cantabile ed espressivo

 

Sonate in As groot, opus 110 (1821-22, gepubliceerd in 1822)

Moderato cantabile molto espressivo

Allegro molto

Adagio, ma non troppo – Fuga: Allegro ma non troppo

 

Sonate in C klein/groot, opus 111 (1821-22, gepubliceerd in 1822)

Maestoso – Allegro con brio ed appassionato

Arietta: Adagio molto semplice e cantabile

 

 

Tom Beghin

Piano:

John Broadwood & Sons (London, 1817), met serienummer 7362;

replica van Chris Maene (Piano’s Maene, Ruiselede, 2013)

Hoormachines:

Ontworpen door Thomas Wulfrank (Kahle Acoustics, Brussel, 2016)

Gebouwd door Marc Loncke (Piano’s Maene, Ruiselede, 2016)

Tom Beghin staat aan de spits van een nieuwe generatie uitvoerders van 18de– en vroeg-19de-eeuwse muziek op historische instrumenten.  Hij wordt alom geprezen voor zijn muzikale welsprekendheid en originaliteit.  Zijn discografie omvat solo pianomuziek, kamermuziek en vocale literatuur van onder meer CPE Bach, Mozart, Haydn, Beethoven, Schubert, Mendelssohn, en Moscheles.  Naxos bracht van hem de integrale solowerken van Haydn uit op zeven types van klavieren en in negen ‘virtuele ruimtes’; die opname geldt als “één van de meest gedurfde opname-projecten in het recente geheugen” (Jeffery Kauffman, voor blu-ray.com).  Bij EPR-Classic verscheen enkele jaren geleden Schuberts Winterreise met de tenor Jan van Elsacker.  Tom Beghin behaalde een doctoraat aan de Cornell University (Ithaca, NY), werd in 1997 professor aan de University of California, Los Angeles en in 2003 aan de Schulich School of Music van McGill University (Montreal, Canada), waar hij musicologie, uitvoeringspraktijk en pianoforte doceert.  Sinds 2015 werkt hij aan het Orpheus Instituut te Gent als senior researcher: hij leidt er een onderzoeksgroep, Declassifying the Classics.  Met classicus Sander Goldberg tekende hij voor Haydn and the Performance of Rhetoric, winnaar van de 2009 Ruth Solie Award van de American Musicological Society en zijn nieuwe boek, The Virtual Haydn: Paradox of a Twenty-First-Century Keyboardist verscheen bij The University of Chicago Press in 2015.  Zijn huidige activiteiten als pianist-onderzoeker hebben als focus Beethoven de pianist, en vooral zijn twee ‘vreemde’ piano’s van Erard (1803) and Broadwood (1817).

Een altaar aan Apollo

Tom Beghin

Toen Beethoven in 1818 een Broadwood piano cadeau kreeg, wist hij niet goed wat ermee aan te vangen.  Aan de bouwer en schenker Thomas Broadwood had hij beloofd de piano te beschouwen “comme un autel, où je déposerai les plus belles offrandes de mon esprit” (als een altaar waar ik de mooiste offers van mijn geest zal leggen).  Maar toen het instrument uiteindelijk arriveerde in Mödling, waar hij die zomer verbleef, componeerde hij één van zijn vreemdste stukken ooit: de fuga van zijn ‘Hammerklavier’ sonate, opus 106: niet echt Apollinisch, maar veeleer Dionysisch.  Enkele jaren later, in zijn laatste drie pianosonates, opus 109, 110 en 111, bleek Beethoven dan toch vastberaden om ook de poëtische kant van zijn Engelse piano te ontdekken.  Helaas was zijn gehoor intussen erg achteruit gegaan.  Een oplossing werd gezocht en gevonden in het bouwen van een gigantische ‘hoormachine’ (Gehörmaschine) bovenop de Broadwood.  “Je zal zelfs de zachtste klanken horen,” voorspelde klavierbouwer Andreas (“André”) Stein, die het project in handen nam.  Was er dan toch gerechtigheid voor Apollo?

Dat is zowat de premisse voor het recital van vanavond en ook de inhoud van mijn nieuwe CD.  Ik speel Beethovens laatste drie pianosonates op een nieuwe replica van Beethovens Broadwood piano, gebouwd door Chris Maene, met gebruik van een hoormachine.  Die laatste in in twee versies, geconcipieerd door Thomas Wulfrank: een eigenlijke reconstructie van wat Beethoven gehad kan hebben en een artistieke interpretatie ervan.  Beethovens piano staat voor ‘inspiratie’.  Aan Broadwood schreef Beethoven: “Ik zal niet nalaten u de vruchten van mijn inspiratie tijdens mijn eerste ogenblikken met het instrument te sturen.”  Hoormachine, daartegenover, suggereert de ‘frustratie’ van iemand die wel wil maar niet (meer) kan.  In ons beeld van de late of oude Beethoven heeft het begrip ‘frustratie’ de bovenhand gekregen.  We hebben Beethovens verregaande doofheid misbruikt om van hem een soort “filosoof van de muziek” te maken: iemand wiens muzikale ideeën ‘van binnenin’ of puur mentaal opwellen, zonder enige zintuiglijke of instrument-georiënteerde afleiding.

Maar als inspiratie en fysieke handicap elkaar nu eens niet zouden tegenspreken en in feite hecht met elkaar verbonden zijn?  Als we niet alleen het instrument bouwen dat Beethoven bespeelde, maar ook de machine die voor hem bedacht werd om het instrument te horen?  Kan die combinatie ons leiden naar concrete aanduidingen hoe we zijn muziek gepaster kunnen spelen, beluisteren, begrijpen?

Wellicht het meest spectaculaire gevolg van ons experiment is het inzicht dat enerzijds ‘horen’ ook voor de doof-componerende Beethoven belangrijk was, maar dat anderzijds ‘zien’ en ‘voelen’ dat des te meer werden.  Net als elke andersvalide begon Beethoven te ‘compenseren’ met andere mogelijkheden of invalshoeken.  Zijn Broadwood-met-hoormachine wordt een multi-sensorieel laboratorium, waarin we samen met Beethoven het Engelse instrument niet alleen horen, maar ook voelen en zien.  We voelen de trillingen en zien de muzikale gebaren, die in dialoog treden met de fysieke omgeving.  Omdat de sonate Opus 110 de eerste was die Beethoven van begin tot einde met de hoormachine componeerde, speel ik de trilogie van meesterwerken vanavond in drie verschillende akoestische opstellingen: Opus 109 met het ‘normale’ deksel, in een ‘normale’ concertopstelling; Opus 110 met de nagebouwde hoormachine; en Opus 111 (ook inhoudelijk de meest ‘transcendentale’ sonate van de drie) met onze versie van een ‘achteruit-projecterend deksel’.  Die boeiende vergelijking levert ook een logische progressie en relevant artistiek verhaal op.

We blijven gefascineerd door de paradox die Beethoven was: een dove musicus die uitgroeide tot de meest invloedrijke componist in de moderne Westerse muziekgeschiedenis.  Met de uitvoeringen vanavond—en de nieuwe CD—reiken we een nieuwe dimensie aan.  “Je hoort toch beter, als je je hoofd onder deze machine stopt, niet?” vroeg André Stein aan Beethoven in 1824.  Twee eeuwen later kunnen ook wij onze hoofden in Beethovens machine stoppen.  Wat ‘horen’ we?

 

 

 

 

 

 

locatie  

Telefoon locatie 016 46 14 00

Locatie website:

Adres
Speelpleinstraat 10, Bierbeek, 3360, Belgium

Beschrijving:
Theaterzaal De Borre Speelpleinstraat 10 3360 Bierbeek

Leave a Reply